24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
24h
Een knoop houdt niet op staaldraad en bij dik fluorocarbon trekt hij slecht aan en verzwakt hij de lijn. Om zelf onderlijnen te maken, gebruik je daarom een sleeve: een klein metalen busje dat je om de lijn dichtknijpt met een sleeve-tang, ook wel krimptang of crimpingtang genoemd. Zo krijg je een nette lus of bevestiging die het houdt bij snoek én meerval, zonder afhankelijk te zijn van de kwaliteit van een knoop.
Met een platbektang knijp je de sleeve scheef dicht: hij wordt aan één kant plat, snijdt de strengen van de staaldraad door of klemt juist niet stevig genoeg, waardoor de lijn bij de eerste kopstoot losschiet. Een sleeve-tang heeft gekalibreerde inkepingen, elk geschikt voor een bepaalde busdiameter, waarmee de sleeve over de hele breedte gelijkmatig wordt dichtgeknepen. De meeste modellen hebben meerdere inkepingen en een snijgedeelte om staaldraad of fluorocarbon netjes door te knippen.
Kies eerst sleeves die passen bij de diameter van de lijn: zijn ze te ruim, dan klemmen ze niet; zijn ze te nauw, dan past de lijn er niet twee keer doorheen. Plaats de sleeve in de inkeping die bij de maat past, nooit in een kleinere inkeping. Een enkele sleeve krimp je op één of twee punten, een dubbele sleeve op twee of drie punten over de lengte, waarbij je aan de uiteinden een beetje ruimte laat om de lijn niet te beschadigen waar die uit het busje komt. Trek na het krimpen stevig aan de wartel of de speld: beweegt de lijn, begin dan opnieuw met een nieuwe sleeve.
De sleeve-tang gebruik je vooral voor roofvismontages, voor onderlijnen van staaldraad of titanium bij het snoekvissen met kunstaas of dood aas. Ook bij het meervalvissen wordt de tang gebruikt, omdat fluorocarbon van meer dan een millimeter niet goed te knopen is, en aan zee voor onderlijnen bij het vissen op grote zeevis of voor surfcastingmontages met een dikke lijn.